Betekening vonnis/arrest

Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid adviseert eerste aanvraag tot betekening van een vonnis of arrest

 

Een van de bevoegdheden die de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid uitoefent, is het verlenen van een advies over het betekenen van een vonnis of arrest. Op 26 september 2012 legde de stedenbouwkundige inspecteur een aanvraag tot betekening van een vonnis voor advies voor aan de Raad. De Raad verleende op 25 oktober 2012 positief advies.

De Raad heeft deze adviesaanvraag getoetst aan het Handhavingsplan Ruimtelijke Ordening 2010 (hierna: HHP). In dat opzicht oordeelde de Raad dat de specifieke beleidsregel inzake de advisering van herstelvorderingen die stelt dat rekening wordt gehouden met de vaststaande, toekomstige ruimtelijke ordening (punt 7.3.2.1. HHP) op adviesaanvragen betreffende de betekening van vonnissen en arresten van overeenkomstige toepassing is.

Uit het dossier bleek dat bij de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde bedrijven de planologische overheid een duidelijke planologische beleidskeuze had gemaakt met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten. Het behoud van deze activiteiten ter plaatse werd niet wenselijk geacht.

Aangezien de feiten waarvoor betrokkene werd veroordeeld en waarvan de rechter het herstel in de oorspronkelijke toestand had bevolen onlosmakelijk verbonden zijn met de niet langer wenselijk geachte activiteiten, besloot de Raad dat het verdwijnen van de bedrijfsactiviteiten een duidelijk gewenste, beleidsmatige ontwikkeling was zoals bedoeld in artikel 4.3.1, § 2, eerste lid, 2° VCRO.

Verder bleek tevens dat de weerslag van de bedrijfsactiviteiten op de plaatselijke ordening en de rechten van derden van dien aard was dat het behoud van de activiteiten vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening evenmin wenselijk was.

Ook werd vastgesteld dat de adviesaanvraag geen deel uitmaakt van een werkvoorraad van gelijkaardige gevallen zodat zich vanuit het oogpunt van een gelijke behandeling van gelijkaardige feiten geen verder onderzoek opdrong over de criteria waarmee een eventuele prioriteitenorde in de werkvoorrraad betreffende deze adviesaanvragen zou worden bepaald.

Om die redenen besloot de Raad dat de stedenbouwkundige inspecteur de volgende stap in "het modeltraject voor curatieve aanpak" vermeld onder punt 7.2.2 HHP mocht zetten. De Raad verleende positief advies om het vonnis te betekenen.