Nieuws

Grondwettelijk Hof verklaart dwangsombevoegdheid Hoge Raad ongrondwettig

Met het arrest nr. 13/2015 van 17 september 2015( nr. 113/2015) verklaarde het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid om te beslissen tot de gedeeltelijke invordering of de tijdelijke opschorting van de invordering van een opeisbaar geworden dwangsom ongrondwettig, nadat de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak diverse prejudiciële vragen had gesteld.

Het Hof is van oordeel dat enkel de partij die de dwangsomveroordeling verkreeg, kan afzien van de tenuitvoerlegging ervan.

De in vraag gestelde decretale regeling schendt zowel de regels die de bevoegdheid verdelen tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten, als het grondwettelijke beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie (de artikelen 10 en 11 van de Grondwet).

Hoewel niet uitgesproken in het beschikkend gedeelte, wordt in het arrest geoordeeld dat de regeling ook het fundamenteel beginsel van de Belgische rechtsorde volgens hetwelk de rechterlijke beslissingen alleen door de aanwending van rechtsmiddelen kunnen worden gewijzigd, schendt.

De Raad zal in de lopende dwangsomdossiers de nodige actie ondernemen en de personen die een dwangsomverzoek hebben ingediend schriftelijk contacteren met het oog op het verdere verloop van de procedure.

Het Hof van Cassatie aanvaardt in specifieke omstandigheden dat na negatief advies een herstelvordering kan worden ingediend bij parket

Met enn arrest van 2 juni 2015 ( nr. P.14.1532.N) oordeelde het Hof van Cassatie dat in geval een handhavend bestuur, na een advies te hebben gevraagd aan de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid over een herstelvordering een negatief advies krijgt, het  de herstelvordering toch kan indienen bij het parket. 

Dit zal nochtans enkel mogelijk zijn als het bestuur met succes aan de rechter vraagt het negatief advies van de Hoge Raad buiten toepassing te laten, omdat het onwettig is. In het geval de rechter oordeelt dat het advies van de Raad onwettig is, preciseert het Hof van Cassatie dat het hierna aan de rechter toekomt om de wettigheid van de ingeleide herstelvordering te beoordelen.

Het Hof oordeelde in dit concreet geval dat de rechter een advies van de Raad over een herstelvordering bij toepassing van artikel 159 Grondwet vermag onwettig en buiten toepassing te laten indien dit advies is gegrond op een stedenbouwkundige vergunning die de rechter zelf bij toepassing van artikel 159 Grondwet onwettig en buiten toepassing laat.

Het arrest houdt in dat een negatief advies niet kan verhinderen dat de herstelvordering wordt ingediend. Het arrest ontslaat dus niet het handhavend bestuur van de plicht om voorafgaand een advies te vragen aan de Hoge Raad. Evenmin zal het eventueel onwettig bevinden van het advies van de Raad, inhouden dat automatisch de herstelvordering wordt ingewilligd. 

Hoge Raad verfijnt zijn adviespraktijk inzake de prioriteitenorde

De Hoge Raad onderzocht, in lijn met een arrest van het hof van beroep te Gent van 16 december 2010, wat betreft handelingen in de eerste categorie van de prioriteitenorde (art. 6.1.41, § 1, eerste lid, 1° VCRO) of er met betrekking tot de initiële toestand voorafgaand aan de geviseerde handeling kon worden afgeweken van de bestemmingsvoorschriften.

Met een arrest van 25 november 2014 oordeelde het Hof van Cassatie dat de rechter bij de beoordeling van de door de herstelvorderende overheid gemaakte keuze inzake herstelvorm rekening dient te houden met de regelgeving op het ogenblik van zijn uitspraak. Het Hof verklaarde de motivering van het bestreden arrest van het hof van beroep te Brussel van 14 oktober 2013 dat wat betreft de mogelijke herstelvormen, de toelaatbaarheid van de illegale toestand in functie van de goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld op het ogenblik van de beslissing, rekening houdende met het reglementair karakter zoals het dan bestaat.

De Hoge Raad heeft zijn adviespraktijk in die zin aangepast (www.hogeraadvoorhethandhavingsbeleid.be, veel gestelde vraag nr. 32).



Presentatie Hoge Raad aan lokale besturen over de advisering van herstelvorderingen

Sinds oktober 2014 wordt door de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid op verschillende locaties een toelichting gegeven omtrent de advisering van herstelvorderingen.

De Raad maakt hiervoor gebruik van het Atrium-netwerk. Er werd in samenspraak met de partners binnen de Stuurgroep Handhaving Ruimtelijke Ordening van het Departement Ruimte Vlaanderen gekozen om op verschillende lokale contactdagen een presentatie te geven aan kleinere groepen. Er wordt gestreefd naar een zo laagdrempelig mogelijke benadering.

Het doelpubliek zijn de lokale besturen en i.h.b. de gemeentelijke handhavingsambtenaren.

Deze lokale contactdagen worden gecoördineerd door de Afdeling Participeren en Lokaal (APL) van het Departement Ruimte Vlaanderen (Phoenixgebouw, Koning Albert II-laan 19 bus 12, 1210 Brussel, tel.: 02 553 11 95, e-mail: apl@rwo.vlaanderen.be)

De presentatie die wordt gebruikt, kan hier worden geraadpleegd.